Historische achtergrond van de T'aiIn augustus 1906 werd een verkoopsakte opgemaakt bij de notaris van Moerbeke-Waas die aanleiding zou geven tot de bouw van een schip dat zes maand na de ondertekening te water werd gelaten. Toen het schip voor de eerste maal te Antwerpen-Schelde onder de naam Alphonse geregistreerd werd, was het bestemd voor de 'zandvaart'.
PlatbodemBrussel was onder impuls van koning Leopold II in volle expansie en er was een grote nood aan bouwzand aldaar. Schepen zoals de Alphonse voeren regelmatig de Schelde af en werden met aflopend water op een zandplaat gezet. Zo gauw het schip droog viel werd met man en macht het zuivere Scheldezand aan boord geschept en met het opkomende water vertrokken de schepen terug via de Rupel naar Brussel. Daar de schepen niet altijd even vlak op de plaat vielen werd er bij de bouw veel aandacht besteed aan een stevige constructie. De afmetingen werden eerder bescheiden gehouden omdat men het schip op één tij (6 uur) wou kunnen volscheppen. Akte
Laatste Belgische Klipper onder zeilDe aldus in 1906 gebouwde klipper met z'n
typische spitse voorsteven, zou Lang 20 meters; Breed 4,90 m. Diep 1,3 m. meten en worden
gebouwd in "stale plaat van 7 m/m". Verschillende duurzame houtsoorten werden in het schip
verwerkt, naargelang de voorschriften van de verkoopakte pitchpine, "rooden
brezil" en eike hout.
In 1954 werd het schip als Pierre omgebouwd tot bunkerschip in de Antwerpse haven. In deze naoorlogse periode werd een van een Engels landingsvaartuig afkomstige viercilinder Lister-motor ingebouwd met een Chrysler-koppeling uit een Amerikaanse tank. Het stuurwerk kwam meer naar voor. De roef van het schip werd niet alleen vergroot maar ook verhoogd zodat de Pierre nog JUIST onder de bruggen geraakte in de haven waardoor veel tijd bespaard kon worden. PleziervaartuigBijna 25 jaar was de Pierre een vertrouwd beeld in de Antwerpse haven tot de schipper zich aan de wal vestigde en het schip oplegde, met de bedoeling er na zijn pensionering als pleziervaartuig mee te varen. Gedurende de jaren dat het schip in het Kempische dok lag, boden zich vele kandidaat kopers aan. De schipper dacht er niet aan het schip te verkopen tot in 1982 de schippersvrouw viel en een ernstige breuk opliep. Daar gingen zijn toekomstplannen. Restauratie van Oude SchepenRond die tijd speelde zich in de buurt van Antwerpen een ander verhaal af. Luc Lemmens was op zoek naar een traditioneel zeilschip, betaalbaar en waar "werk" aan was. Hij plande iets op poten te zetten voor kansarme jongeren uit Antwerpse instellingen. Het initiatief zou later vaste vorm krijgen en uiteindelijk de vzw REVOS worden: sinds 20 jaar is Luc de bezieler van "Recreatieve Vaart voor Oude Schepen", een vzw met het hart op de juiste plaats. Recreatieve VaartDe vzw is dus gegroeid uit een privé-initiatief om iets "constructiefs" te doen met jongeren die door omstandigheden hun jeugd in een instelling doorbrengen. In eerste instantie waren dat kinderen van de psychiatrische afdeling uit het kinderziekenhuis "GOOD ENGELS". Dat "iets" evolueerde van sporadisch meezeilen met het privé-jacht van Luc naar het restaureren van een oud zeilschip, de T'ai waardoor de doelgroep werd uitgebreid naar probleemjongeren en jeugdige delinkwenten. De meesten kwamen uit instellingen voor Bijzondere Jeugdzorg uit Antwerpen en omgeving.
Om praktische redenen werd in 1982 het initiatief in een meer gestructureerde vorm gegoten; een vzw met als doelstelling ondermeer: "een bijdrage te leveren tot het rehabiliteren van jongeren die gemarginaliseerd of in hun socialiserings-proces gehandicapt zijn, al dan niet na een langere instellingscarrière." Financiële steun gezochtNiettegenstaande de sympathie en hulp van het stadsbestuur was het zoeken naar subsidies en sponsoring een ontgoochelende bedoening. Vooral omdat de stelregel van de initiatiefnemers was dat er zo weinig mogelijk om louter financiële hulp verzocht zou worden. De bedoeling was om hoofdzakelijk met recuperatiematerialen te werken. Voor de harde kern van idealisten die vooral oog hadden voor de praktische kant van de zaak, was het niet eenvoudig om telkens bij allerlei instanties en bedrijven naar afgedankte rommel "te gaan bedelen"; 125 boutjes met moeren en rondellen te vragen of elke keer opnieuw een pakje las-elektroden "los te peuteren". Zij waren er niettemin van overtuigd op die manier alle misbruiken tegen te gaan en het meest therapeutisch te werken. MaidentripGedurende drie jaar werd er gebouwd,
geïmproviseerd, naar geld en materialen gezocht, wakker gelegen, probleem na probleem
bekeken en opgelost, steun gezocht en meestal gevonden. De vier maanden durende maidentrip
met de T'ai was voorzien voor 15 juli 1985. Helaas vernielde een brand de hele inboedel
van het in opbouw zijnde schip inclusief al het gereedschap dat aan boord lag... een
dieptepunt... De eerste lange reizenMede dankzij de inzet van vele privé-personen
kon de T'ai op 16 juli 1985, één dag na de vooropgestelde datum, voor het eerst en in
samenwerking met de vzw OIKOTEN zee kiezen. De bemanning bestond behalve de 2 schippers
uit zes jongeren uit de Rijksopvoedingscentra Mol en Ruislede. Vijf jongeren brachten de
tocht tot een goed einde en begonnen zo in samenspraak met de jeugdrechtbank én in
volledige vrijheid, een nieuw leven. Een zesde ging twee weken vóór de aankomst in
Antwerpen terug naar Mol. ZwedenNa de eerste tocht in Zweden was het duidelijk geworden dat de Scandinavische wateren zowel op vaartechnisch als op therapeutisch vlak gunstiger mogelijkheden boden dan de Belgische kust en in juli 1986 vertrok de T'ai opnieuw naar Zweden waar in samenwerking met een heilpedagogisch instituut (Saltd Arbetsskolan) de zomerse zeiltochten gecombineerd werden met winterse pedagogische opleidingen en stages voor geselecteerde medewerkers. Er ontstond een samenwerkingsverband met de Zweedse Hagastiftelsen (mentaal gehandicapten) en de Zwitserse Verrein Jonas (drugverslaafden). Op de terugweg van Zweden naar het zuiden in 1988 moest een nieuwe motor in de T'ai ingebouwd worden waardoor de vzw een lening moest aangaan.
SamenwerkingsverbandenNoodgedwongen werd van het originele idee afgeweken en werd het schip ook ter beschikking gesteld van andere groepen die mits een financiële bijdrage hielpen het schip in stand te houden. Later werd aan de Middellandse Zee gedurende drie jaar, in samenwerking met de vzw AMOK en de Nederlandse Koningin Wilhelmina Stichting, aan verschillende jeugdprojecten meegewerkt. Terugkeer naar BelgiëTijdens de afwezigheid van de T'ai stond de werking van REVOS in België op een laag pitje maar onder impuls van enkele trouwe oud-gedienden doken er na haar terugkeer nieuwe initiatieven op. Dat deze zich ook nu zowel in de sociale als in de maritieme sector afspelen was zonder meer vanzelfsprekend.
Dit
initiatief verdient jouw steun… vaar mee !
|